Foto: Pexels

De gevolgen van de klimaatwet

Door Herman van den Bosch


De klimaatwet opent de weg naar een vermindering van de uitstoot van CO2 met 95%. Om dit doel te bereiken is een radicale verandering nodig van de mix van energiedragers (de grondstoffen voor de energie).  Hiervoor komen – naast besparing op het energiegebruik - in aanmerking:

  • Hernieuwbare energiebronnen als de zon, de wind en aardwarmte
  • Overige ‘schone’ energiebronnen als hydro-energie en kernenergie
  • Biomassa, ook als bron voor de productie van biogas en als grondstof voor de chemische industrie
  • Steenkool, aardgas en aardolie, in combinatie met het opvangen en bewaren van CO2
  • Waterstof met elektriciteit als ‘grondstof’
  • Lucht (als bron van warmte en koude met behulp van elektrisch aangedreven warmtepompen)
  • Invoer van schone energie


Het rapport Verkenning van klimaatdoelen, van lange termijn beelden naar korte termijn actie van het Planbureau voor de leefomgeving[1](oktober 2017) laat zien dat elke mix heeft voor- en nadelen heeft. Hoe meer fossiele grondstoffen worden gebruikt, hoe meer CO2 moet worden opgevangen en bewaard. Hoe meer elektriciteit wordt gebruikt, des te ingrijpender zijn de gevolgen voor de infrastructuur.

Zeker is dat het jaarlijkse finale energiegebruik gebruik in 2050 tussen de 1800 - 2100 petajoule zal liggen. Een preciezere schatting is vooralsnog onmogelijk. Ik ga hierna uit van de maximale productie van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen. Daarvoor kies ik voor 1250 petajoule op te wekken door middel van zonne- en windenergie en van 50 petajoule uit overige ‘schone’ bronnen.

Zonne- en windenergie vullen elkaar goed aan, waarbij geldt dat minimaal ⅔ van energie afkomstig dient te zijn van de wind (835 petajoule; 235 miljard kilowattuur) en ⅓ van de zon (415 petajoule, 115 miljard kilowattuur).

Hoeveel windturbines leveren samen 235 miljard kilowattuur windenergie op?

Het huidige geplaatste vermogen van windturbines (4000 megawatt) levert 10 miljard kilowattuur op. Het resterende vermogen (225 megawatt) kan komen uit 3000 molens extra op het land (3,5 megawatt capaciteit, 2500 volwinduren) Dit levert ruim 25 miljard kilowattuur aan capaciteit. De overige 200 miljard kilowattuur zou moeten komen van 5.000 molens op zee (10 megawatt, 4000 volwinduren). Volgens de Nederlandse Windmolen Associatie is er op de Noordzee plaats voor 25.000 windmolens met een capaciteit van 10 megawatt, waarvan er 3400 kunnen staan op het Nederlandse deel[2]. Uiteraard zijn ook andere combinaties denkbaar, maar het plaatsen van windmolens op land is veel lastiger te combineren met andere vormen van landgebruik en zal meer weerstand oproepen.

Hoeveel zonnepanelen leveren samen 115 miljard kilowattuur zonne-energie op?

Het huidige geplaatste vermogen aan zonnepanelen is ruim 2000 megawatt, hetgeen 2 miljard kilowattuur oplevert. 
Nog te plaatsen zijn daarom 452 miljoen panelen (vermogen 300 wattpiek). Deloitte heeft onlangs berekend dat er in Nederland 892 km2 bruikbaar dakoppervlak is. Daarop passen in totaal 270 miljoen panelen [3]. Het is aan te bevelen om deze capaciteit met voorrang te benutten. Er resteren dan 182 miljoen panelen (45 miljard kilowattuur). Deze zullen een ‘grondgebonden’ karakter moeten hebben. Ervan uitgaande dat er 450.000 panelen op een km2 grond geplaatst kunnen worden, betekent dit dat ongeveer 400 km2 aan grond met zonnepanelen bedekt moet worden. De grond kan deels dezelfde zijn al waar ook windmolens komen te staan.

Overige energiebronnen

De overige energie moet komen uit andere de bronnen. Ik ga ervan uit dat hiervoor vooral biomassa, aardwarmte en lucht voor gebruikt zullen worden. Voor de laatste twee bronnen zullen op grote schaal warmtepompen – die overigens ook elektriciteit gebruiken – geïnstalleerd moeten worden.

Verder zal voorzien moeten worden in een ruimte opslagcapaciteit (accu’s, warmteopslag en de productie van waterstof) en in warmtenetten voor verwarming in stedelijke gebieden.

De totale kosten tot 2050 worden geschat op € 750 miljard. Het geld is niet het voornaamste probleem. Onbekend is andere welke problemen er nog gaan opdoemen. Een daarvan is in elk geval het nu al nijpende tekort aan vakmensen.

Niemand kan de vraag of het gestelde doel in 2050 te realiseren valt dan ook beantwoorden. We moeten echter af van de traditionele manier van projectmatige planning. Nederland karboonvrij in 2050 is de stip aan de horizon. We moeten terug redeneren vanaf dat punt en vervolgens stap voor stap aan de slag gaan om dit ambitieuze doel te bereiken. Pas bij elke eerstvolgende stap kan het tijdsbeslag worden ingeschat.  Als we langer over de tussenstappen doen, komt het voorlopige einddoel verder weg te liggen. Dat is echter te prefereren boven een aanpak die nu al inzetten op de realisering van minder ambitieuze doelen op lange termijn.


[1] http://www.pbl.nl/sites/default/files/cms/publicaties/pbl-2017-verkenning-van-klimaatdoelen-van-lange-termijnbeelden-naar-korte-termijn-actie-2966.pdf

[2] http://www.nwea.nl/standpunten/wind-op-zee/visie-nwea-op-windenergie-op-zee

[3] https://www2.deloitte.com/nl/nl/pages/data-analytics/articles/zonnepanelen.html


Meer lezen van Herman van den Bosch? Bezoek dan zijn website. Hier verschijnen maandelijks nieuwe blogs van Van den Bosch over o.a. duurzaamheid en innovatie. 

EXPIRION B.V. 

Experts in Solar
Van de Woestijneheem 37

2182 WL Hillegom
T: 0252-516420
E: info@expirion.nl

​KvK-nummer: 72002492

​​

© EXPIRION B.V. 2013-2018 

Officieel gecertificeerd  en gelicentieerd als advance installer van SMA en voor installation and commissioning van opslagsystemen van TESVOLT

0252-516420

Bereikbaar tot 21:00