0252-516420

Bereikbaar tot 21:00


Door Herman van den Bosch


In Nederland is een breed politiek draagvlak om in 2050 uitsluitend duurzame energie te gebruiken. Verschillende maatschappelijke groeperingen sluiten zich bij dit streven aan, zo ook werkgeversorganisatie NVO-NVW, blijkens een recente brochure. Verstandig, want de transitie is goed voor de economie.

De NVO-NCW benadrukt dat de energietransitie een enorme operatie is. Dat is zeker het geval maar ik wil toch wat kanttekeningen plaatsen bij de voorstelling die VNO-NCW daarvan geeft. Aangetekend zij overigens dat de genoemde brochure is gebaseerd op gegevens van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en het Centraal Planbureau.

Uitgangspunt voor de berekening van de impact van de omschakeling vaan duurzame energie is de huidige energieproductie, te weten 3100 petajoule. Uitgerekend wordt vervolgens hoeveel windmolens of zonnepanelen er nodig zijn om deze energie exclusief in de vorm van elektriciteit beschikbaar te stellen. Hierbij wordt in eerste instantie naar het jaar 2023 gekeken. In dat jaar zou volgens het energieakkoord 16% van onze energie duurzaam moeten zijn (nu is dat ongeveer 7%). Volgens de brochure zouden er in dat jaar 43.000 windmolens moeten staan of 1040 km2 aan zonnepanelen moeten liggen. Uiteraard zal het gaan om een combinatie van beide. Op dit moment zijn er ongeveer 2500 windmolens.

Mijns inziens klopt die berekening niet.

In de eerste plaats mag de huidige energieproductie van 3100 petajoule niet als uitgangspunt worden genomen. Van deze totale productie is maar 55% effectief. De rest betreft verliezen bij de productie van elektriciteit uit gas en steenkool, het gebruik van olie en gas in de industrie en het gebruik van benzine in het wegtransport (Zie het Stroomschema Energie in een van mijn vorige blogposts). Deze verliezen zijn er in de toekomst niet meer! Zij moeten dan ook niet worden meegeteld bij de berekening van de behoefte aan duurzame energie. Uiteraard zullen er in de toekomst ook verliezen zijn, met name bij het transport van elektriciteit. Deze zijn van een geheel andere orde dan de verliezen nu. Bovendien wordt ook gestreefd naar een verlaging van het energieverbruik.

In de tweede plaats is de berekening van het aantal windmolens gebaseerd op een extrapolatie van het gemiddelde vermogen van de huidige molens (1 megawatt). Dit vermogen wordt snel groter. Thans is de standaard al 3,5 megawatt en die zal verder toenemen tot 7 à 8 megawatt, zeker voor de molens op zee. Om te weten hoeveel kilowattuur zo’n windmolen oplevert, moet het vermogen worden vermenigvuldigd met het aantal vol-last-uren, ongeveer 2200 uur per jaar.

Het gaat nu te ver om een meer realistische berekening voor 2023 (het streefjaar uit het energieakkoord) te leggen. Elders heb ik een ruwe schatting gemaakt die inhoudt dat we in 2050 bij een gelijke verdeling tussen wind- en zonne-energie ongeveer 40.000 windmolens (uitgaande van 3 megawatt) en 1500 km2 zonnepanelen nodig hebben. Daarmee is dan 100% van onze energie duurzaam. Een deel van de opgewekte elektriciteit zal worden gebruikt voor de voeding van warmtepompen en voor de productie van waterstof.

Rechtenvrije foto PEXELS

energietransitie een nieuw deltaplan 

Rechtenvrije foto PEXELS

Ondanks bovenstaand commentaar blijft de kern van de boodschap van VWO-NCV  overeind. Er staat ons een gigantische inspanning - zeg maar een Deltaplan - te wachten en we liggen nog niet op koers. Nu al investeert de overheid via de regeling Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+) 12 miljard per jaar in de opwekking van duurzame energie. Dit is al aanzienlijk meer dan het Planbureau voor de Leefomgeving in 2017 heeft gemaakt. Hierin is het effect van de versnelde afbouw van de gaswinning nog niet meegenomen. Er is dringend behoefte aan een update van de kosten tot 2050, inclusief de investeringen van particulieren en bedrijven, uiteraard op basis van een beleidsvisie op hoofdlijnen. Daarbij mag niet worden vergeten dat eveneens een aanzienlijke investering nodig is om de op handen zijnde omschakeling naar elektrisch en autonoom vervoer en transport mogelijk te maken.

De overheid doet er verstandig aan om een lange-termijn investeringsplan te maken en uitgaande van de te stellen doelen voor 2050. Ik noem enkele:

● Krachtig inzetten ondersteunen van lokale initiatieven voor de vorming van energiecoöperaties met als resultaat verveelvoudiging van het aantal zonnepanelen op daken van huizen, gebouwen, schuren en hallen.
● Investeren in de ontwikkeling van doorzichtige zonnepanelen, waardoor ook grote glasoppervlakten (kantoorgebouwen, kassen) voor de opwekking van energie gebruikt kunnen worden.
● Maximaal inzetten op grootschalige stroomopwekking op zee en in dun bewoonde gebieden. Gebieden met een hoge landschappelijke waarde moeten worden ontzien.
● Investeren in gerichte innovatie, bijvoorbeeld de verbetering van warmtepompen, zodat deze behalve voor collectieve toepassingen (stadsverwarming) ook effectief kunnen worden ingezet voor verwarming en warmwatervoorziening van individuele huizen.
● Veel zorg besteden aan goede, tijdige en gepersonaliseerde voorlichting en advisering.

 Het worden boeiende jaren.




​Meer lezen van Herman van den Bosch? Bezoek dan zijn website. Hier verschijnen maandelijks nieuwe blogs van Van den Bosch over o.a. duurzaamheid en innovatie. 

​​

© EXPIRION 2018 

Officieel gecertificeerd  en gelicentieerd als advanced installer van SMA en voor installation and commissioning van opslagsystemen van TESVOLT

EXPIRION

Experts in Solar
Van de Woestijneheem 37

2182 WL Hillegom
T: 0252-516420
E: info@expirion.nl