Het aardgasverbruik daalt het meest, van ruim 1.500 petajoule in 2000 naar 1.200 petajoule in 2015. Dit laatste komt vooral doordat er zuiniger wordt gestookt en minder aardgas wordt gebruikt bij de productie van elektriciteit.  De energiemix is in de periode 2000 – 2015 gewijzigd: Het aandeel van aardgas is afgenomen van 47% naar 39% in 2015; het aandeel kolen nam toe van 10% naar 15%. Het aandeel van olie (38%) is licht gestegen. Het aandeel hernieuwbare bronnen is toegenomen van 1,6% naar 5,8%.  Dit groeit naar verwachting tot 12,4% in 2020 en tot 16,7% in 2023. Binnen de categorie hernieuwbare bronnen steeg het aandeel van zon en wind en daalde het aandeel van biomassa. In 2015 kwam nog meer dan 60 procent van de hernieuwbare energie uit biomassa. In 2023 is dat naar verwachting iets minder dan 50 procent.

Het gebruik van hernieuwbare bronnen mag procentueel aanzienlijk stijgen, bovenstaande figuur maakt duidelijk welke opgave ons na 2030 nog te wachten staat. Het uiteindelijke doel is immers niet alleen alternatieven aan te wensen voor fossiele bronnen ten behoeve van de productie van warmte, elektriciteit en (auto)brandstoffen maar voor het primaire energieverbruik in zijn totaliteit. De transitie binnen de chemische industrie krijgt nog onvoldoende aandacht. 

Wat ook onvoldoende aandacht krijgt is de verwachte teruggang van het aandeel van biomassa aan hernieuwbare energie. We streven naar vermindering van de hoeveelheid afval en dus kan er via vergisting daarvan minder (bio)gas worden gewonnen. Bovendien willen we niet dat de productie van biomassa ten koste gaat van de voedselproductie of het areaal bosgebieden. De resterende biomassa zal hard nodig zijn als grondstof voor de chemische industrie. Voor onze warmte, elektriciteit en om onze voertuigen gaande te houden, zullen wind en zon – zeg maar elektriciteit - verreweg de belangrijkste rol gaan spelen.

In de volgende blogpost ga ik dieper op wat ik noem de elektrificatie van Nederland in. 


Meer lezen van Herman van den Bosch? Bezoek dan zijn website. Hier verschijnen maandelijks nieuwe blogs van Van den Bosch over o.a. duurzaamheid en innovatie. 

De trend in het bruto eindverbruik is in de periode 2000-2015 omgebogen van stijgend naar dalend. Uit onderstaande figuur blijkt dat in 2005 een maximum werd bereikt van 2300 petajoule en daarna een daling inzette. Petajoule is een universele maat voor energieverbruik. Bij elektriciteit wordt petajoule meestal omgerekend naar kilowattuur.

Door Herman van den Bosch


In september 2013 sloten 40 organisaties, inclusief de rijksoverheid, het ‘Energie akkoord’. Uitgangspunt is het streven naar een koolstofarme energiehuishouding binnen enkele decennia. Om de omvang te begrijpen van de ‘transitie’ die Nederland en de meeste andere landen daarvoor moeten doormaken sta ik in deze blogpost stil bij de vraag waar we de afgelopen jaren onze energie vandaan hebben gehaald. Ik baseer me daarbij vooral op de Nationale Energieverkenning 2017. De drie diagrammen komen eveneens uit deze publicatie.

Je kunt de productie van energie van twee kanten bekijken: Wat hebben we nodig (het ‘finale energiegebruik’) en welke bronnen worden daarvoor gebruikt (het ‘primaire energieverbruik’). Ik ga hieronder op beide in en geef alvast wat doorkijkjes naar de toekomst.

Het finale eindverbruik
Het ‘netto finale eindgebruik’ neemt drie vormen aan: warmte (49%), elektriciteit (18%) en brandstof (23%).  De belangrijkste gebruikers zijn de gebouwde omgeving, de industrie, de landbouw en het verkeer en vervoer. Het ‘bruto finale eindgebruik’ bevat tevens de categorie ‘overig verbruik’ (10%). Deze post bestaat uit het verbruik ten behoeve van de internationale luchtvaart, de distributieverliezen en het eigen verbruik bij opwekking van elektriciteit.

Onderstaande figuur geeft de verdeling weer van het bruto eindverbruik over de sectoren. Het elektriciteitsverbruik in elke sector is gearceerd. 

waar komt onze energie vandaan? 

Foto's: Wikimedia Commons & Nationale Energieverkenning 2017

Alleen het elektriciteitsgebruik groeide in deze periode met 20% door de toename van het aantal elektrische apparaten. De verwachting is dat het elektriciteitsverbruik vanaf nu tot 2030 constant daalt doordat lampen en apparaten steeds zuiniger worden. Ook bij toename van het aantal elektrische voertuigen. Daarmee ligt de totale elektriciteitsvraag in Nederland tot 2030 naar verwachting rond 412 petajoule. Daarna zal de elektriciteitsvraag snel toenemen. Daarop ga ik in de volgende blogpost in.

Primaire energieverbruik
De belangrijkste ‘bronnen’ voor energetische toepassingen - steenkool, aardolie en (aard)gas - zijn tevens belangrijke grondstoffen in het bijzonder voor de chemische industrie of worden (na conversie) gebruikt om energie te maken.  Het primaire energieverbruik is de optelsom van alle ‘bronnen’ voor zowel eindverbruik, conversie, als niet-energetisch gebruik.  Ook het primaire verbruik kent tussen 2000 en 2015 een trendbreuk. Zie de onderstaande figuur.

EXPIRION B.V. 

Experts in Solar
Van de Woestijneheem 37

2182 WL Hillegom
T: 0252-516420
E: info@expirion.nl

​KvK-nummer: 72002492

​​

© EXPIRION B.V. 2013-2018 

Officieel gecertificeerd  en gelicentieerd als advance installer van SMA en voor installation and commissioning van opslagsystemen van TESVOLT

0252-516420

Bereikbaar tot 21:00