Door Herman van den Bosch


De Nederlandse overheid en met haar een reeks andere organisaties streven naar een koolstofarme energiehuishouding binnen enkele decennia. Daarom hebben zij in september 2013 het ‘Energie akkoord’ gesloten. Een van de belangrijkste kortetermijndoelen is een toename van het aandeel hernieuwbare energie tot 14% in 2020 en 16% in 2023 (thans 6%). Ook zijn er doelen gesteld met betrekking tot energiebesparing en werkgelegenheid als gevolg van de toename van hernieuwbare energie.

De betrokken organisaties willen weten of de genomen maatregelen effectief zijn. Daarom publiceren Energiecentrum Nederland, Planbureau voor de leefomgeving, Centraal bureau voor de statistiek en Rijksdienst voor ondernemend Nederland samen elk jaar samen een Nationale Energieverkenning. De Minister van economische zaken en klimaat stuurt zo nodig naar aanleiding daarvan het beleid. Zo ook dit jaar.

Klimaatdoelen
Belangrijk is om te weten dat de inhoud van de klimaatovereenkomst in Parijs uit 2015 nog niet in de plannen is verwerkt. De kern van deze overeenkomst - geen CO2-emissie vanaf 2050 - zal ongetwijfeld leiden tot aanscherping van het huidige beleid. Hetzelfde geldt overigens voor het besluit om de productie van aardgas versneld te stoppen.

De onderstaande tabel laat een aantal kencijfers zien. Nederland heeft nog een lange weg af te leggen om de klimaatdoelen te realiseren, met grote consequenties voor de hele samenleving. Alle zeilen worden thans bijgezet om de streefdoelen voor 2020 en 2023 te halen. De tabel maakt duidelijk dat het grote werk eigenlijk daarna pas begint. 

Uit bovenstaande tabel blijkt dat de CO2-emissie ten opzichte van het niveau 1990 vanaf de aanvang van deze eeuw daalt. De voorspelling voor het komende decennium blijft onzeker vanwege de eveneens onzekere ontwikkelingen op de energiemarkt in binnen- en buitenland.

De oorzaak van de daling van de CO2-emissie is de daling van het energieverbruik, overwegend doordat apparaten zuiniger worden.  Daarnaast groeit het aandeel van hernieuwbare energie, elektriciteit in het bijzonder. Zie hiervoor de onderstaande grafiek.

de elektrificatie van nederland 

In het Energieakkoord is afgesproken dat de CO2-uitstoot van verkeer en vervoer in 2030 maximaal 25 megaton mag bedragen. Met de huidige scenario’s voor het vastgestelde en voorgenomen beleid wordt de CO2-uitstoot in 2030 geraamd op 32 megaton. Realiseren van deze doelstelling is dus nog een hele klus.

Elektrificatie
De aanleg van windenergieparken op zee in de periode 2023-2030 en de voortgaande groei van de bijdrage van zonnestroom leiden tot een aanzienlijke toename van het aandeel elektriciteit uit hernieuwbare bronnen.  In 2025 zal dit zijn gestegen tot ongeveer de helft; in 2030 tot ongeveer twee derde van de vraag naar elektriciteit op dat moment. De onderstaande tabel beschrijft het aandeel van de verschillende bronnen. Hiermee wordt in ruimschoots voldaan aan de geschatte binnenlandse vraag (412 petajoule) in het komend decennium.  Vergeet echter niet dat elektriciteit ook dan nog slechts voorziet in ongeveer 22% van de energiebehoefte. De rest is warmte en (auto)bandstof. In de periode 2030 – 2050 gaat elektriciteit een belangrijke rol spelen in de verwarming van Nederland (aandrijving warmtepompen, infrarood kachels) en ter vervanging van fossiele (auto)brandstof (rechtstreeks in elektrische auto’s en indirect via de productie van waterstof). De hoeveelheid biomassa zal beperkt zijn en vooral een onmisbare bijdrage leveren in de vervanging van fossiele grondstoffen in de chemische industrie. De vraag naar elektriciteit in 2050 zal dus een veelvoud zijn van de huidige vraag. Hoe groot precies is moeilijk te schatten omdat het om nieuwe processen gaat waarvan het rendement hoger is dan de productie van warmte uit gas of het rijden op diesel en benzine. 

EXPIRION B.V. 

Experts in Solar
Van de Woestijneheem 37

2182 WL Hillegom
T: 0252-516420
E: info@expirion.nl

​KvK-nummer: 72002492

​​

© EXPIRION B.V. 2013-2018 

Officieel gecertificeerd  en gelicentieerd als advanced installer van SMA en voor installation and commissioning van opslagsystemen van TESVOLT

0252-516420

Bereikbaar tot 21:00

Zelfs het maken van voorspellingen over de groei van het aandeel van hernieuwbare energie in de huidige vraag naar elektriciteit is lastig, zeker vanwege de grote rol die aan windenergie is toegedacht. De ontwikkeling van windenergie gaat trager dan geraamd. Het doel voor 2020 was 6.000 megawatt opgesteld vermogen op land. Dit zal hooguit uitkomen op 4.750 megawatt. Investeren in windenergie zowel op land als op zee is riskant vanwege de lage energieprijs en de hoge kosten. Bovendien rijzen er vanuit de samenleving voortdurend bezwaren tegen de aanleg van windparken. Investeringen in zonnepanelen, zowel door particulieren, coöperaties als bedrijven groeien wel naar verwachting. Wat mij betreft zou de verwachting hier wel wat opgeschroefd kunnen worden.

Een groot probleem is dat de lage CO2-prijs binnen het Europees emissie- handelssysteem, vermoedelijk nog geruime tijd aanhoudt. Het gebruik van fossiele bronnen blijft hierdoor bevoorrecht. De lage prijzen voor aardolie, steenkool en aardgas remmen investeringen in herbruikbare energie eveneens. De onzekerheid in de ontwikkeling van energieprijzen blijft groot en overheden moeten hoge bedragen reserveren om de groei van hernieuwbare energie te subsidiëren.

Uitvoeringsagenda 2018
De Minister heeft de Nationale Energieverkenning uiteraard ook goed bestudeerd. Hij heeft deze doorgesproken met de partijen die het Energieakkoord hebben gesloten en in februari 2018 heeft hij mede namens deze partijen de Uitvoeringsagenda 2018 naar de Tweede kamer gestuurd.

Uit de Nationale Energieverkenning 2017 blijkt, zoals vermeld, dat het aandeel hernieuwbare energie in 2020 beneden de beoogde 14% blijft. Dit komt vooral door de trage groei van windenergieparken op land. Het Ministerie vraagt de gemeenten en provincies om hun verantwoordelijkheid te nemen en alles op alles te zetten om dit doel alsnog te halen. Ook de energiebesparing door het bedrijfsleven blijft achter. De minister wil om deze reden de energiebesparingsverplichting die in de wet in opgenomen aanscherpen. Wellicht is nog de belangrijkste opmerking dat op korte termijn de voorbereidingen worden gestart voor een Klimaatakkoord 2030. Doel daarvan is om het Energieakkoord in overeenstemming te brengen met de afspraken in het Parijse klimaatakkoord.

Het is goed om te zien dat de Minister van aanpakken houdt en tevens streeft naar een brede maatschappelijke legitimatie. De periode van 2030 - 2050 krijgt mijns inziens onvoldoende aandacht en daarmee de omvang van de operatie van de elektrificatie van Nederland. Het Energieakkoord laat zien hoe moeilijk het is om zelfs kortetermijndoelen te halen. Het aantal windenergieparken dat thans moeizaam wordt bevochten is maar een peulenschil in vergelijking tot de hoeveelheid windenergie die nodig is voor een koolstof-arm Nederland in 2050. Ik vind eveneens dat het potentieel van zonne-energie nog onvoldoende wordt aangesproken en ik pleit voor een zeer gerichte aanpak op gemeentelijk niveau die er uiteindelijk toe leidt dat elk dak dat zich daarvoor leent bedekt wordt met zonnepanelen. Het begin is er echter, maar ook niet meer dan dat.